Spullenhulp (de praktische gids)

In een van mijn vorige blogs schreef ik over Spullenhulp. Dat was een lang artikel, maar het betreft dan ook een onderwerp dat niet met een paar kreten en scherpe zinsnedes is te analyseren. Ondanks zijn lengte doe ik het onder werp nog te kort. Vandaar een vervolg. Een praktische gids.

Daar ontbrak het in het vorige artikel aan: een handleiding voor gevers en voor organisaties die van plan zijn om een dergelijke actie op touw te zetten.

Voor gevers

Stel: je wordt gevraagd via een vereniging waar je lid van bent om overbodige spullen te doneren voor een goed doel in het buitenland. Of je loopt langs een kledingbak bij de supermarkt waar je voor een specifiek goed doel wordt gevraagd om kleding en schoenen in te deponeren. Als je wilt weten of je kledingdonatie op goede wijze wordt ingezet, stel je de inzamelaar de volgende vragen:

1. Welke relatie heeft hij met de doelgroep? Spreekt hij hun taal? Weet hij wat de behoefte is van de beoogde ontvangers? Waar hebben ze zelf om gevraagd?

2. Hoe lang denkt de inzamelaar het vol te houden? Hoe vaak gaat hij het doen?

3. Waarop is de hulpgoederenactie een antwoord? Is er sprake van een acute (nood)situatie?

4. Welk doel wil de inzamelaar ermee bereiken? Hoe stelt hij na afloop vast of dat is bereikt?

5. Hoe word je geïnformeerd over de resultaten die zijn bereikt? Kun je ergens een adres achter laten voor updates?

Op deze vragen dien je een bevredigend antwoord te krijgen. Je hebt er recht op. Je geeft ten slotte geen vodden of lompen weg, maar bruikbare spullen met economische waarde. En je hebt een onderzoeksplicht, omdat de bestemming van jouw gift kwetsbaar is. Zijn het geen mensen, dan wel ecosystemen, bedrijven, of culturen die kunnen worden bedreigd. De kans bestaat dat de inzamelaar bij de tweede reeks vragen al geïrriteerd afhaakt. In dat geval kun je er zeker van zijn, dat de actie niet de verheffing van de ontvangers, maar die van de vrager zélf dient. De conclusie kan zijn dat je het helemaal niet moet geven, óf om de tussenpersoon te vragen zijn hulpgoederen op specifieke wijze in te zetten.

Vind je het teveel werk om jezelf te overtuigen van de bedoelingen van de spulleninzamelaars? Geef dan liever niet. Je hebt geen plicht om te geven, het is een recht.

Voor organisaties

Je hebt door vakantie of via familie een banden met een land waarvan de economie hapert. Niet alleen de economie, ook de zorg, onderwijs en wetgeving hapert. De armsten hebben het zwaar en komen niet rond van hun uitkering. Je ziet meer daklozen op straat dan je gewend bent. Of zwerfhonden. Ook heb je binnen je eigen netwerk in thuisland te horen gekregen, dat veel mensen thuis overtollige goederen (kleding, schoeisel, beddengoed, computers, transportmiddelen) hebben liggen. Je besluit om inzamelingsactie op te zetten. Maar dat doe je niet zo maar. Vóór je begint, stel je de volgende vragen:

1. Hoe realistisch is het om te verwachten dat ik een gelijkwaardige relatie met de ontvangers kan opbouwen? Spreek ik hun taal? Hoeveel tijd heb ik ervoor? Hebben ze communicatiemiddelen om de afstand te overbruggen?

2. Is er een betrouwbare tussenpersoon, die geaccepteerd wordt door de gemeenschap en bereid is om een coördinerende rol op zich te nemen? Heeft deze persoon zelf belang bij verdeling van goederen (bv. statusverhogend)? Durft hij nee te zeggen?

3. Waaraan hebben ze behoefte? Kunnen ze wat met onze overschotten? Hoe kom ik dat te weten?

4. Als je erin bent geslaagd om de behoefte vast te stellen, dien je na te denken over de voorwaarden waaronder je hulp verstrekt. Je wilt immers niet dat de goederen worden verhandeld tegen geld en gebruikt voor ongewenste doelen. Wat ga ik vragen in ruil voor de goederentransport?

5. Formuleer samen met de ontvangers een aantal doelen die je wilt bereiken met je transport. Dat hoeft niet al te hoogdravend te zijn. Maar zomaar weggeven is de meest denigrerende vorm van hulp verlenen. Vraag om verslag van de ontvangers, wat er met de hulp is gedaan. Als het om kinderen gaat die je kleurpotloden geeft: vraag om een tekening. Als het gaat om materieel: vraag om de diensten die ermee zijn geleverd, de mensen die zijn bereikt. En zorg dat je na een bepaalde tijd teruggaat om met eigen ogen vast te stellen wat er is gebeurd met de hulpgoederen.

Als het om een acute situatie gaat: In sommige gevallen is een hulptransport gerechtvaardigd. Echter, de omstandigheden na een aardbeving, orkaan of burgeroorlog zijn zwaar en niet zonder risico. Ben je daartoe voldoende toegerust? Als diverse hulporganisaties in de doellanden actief zijn, vergt dat om samenwerking – in plaats van langs elkaar heen. Zo voorkom je dat de één alles krijgt en de ander niets. Of dat je onbedoeld juist de daders in een burgeroorlog beloont, zoals Linda Polman beschreef.

Als er geen sprake is van een acute situatie: Moet dat transport nou echt? Zie er liever vanaf. Verdoe je tijd niet met inzamelen, maar ga naar het land toe, leer de taal, verdiep je in de mensen. Het wordt een onvergetelijke ervaring.